
“Must life pass me by like this?”
Career at an impasse, girlfriend
walked off, financial ruin looming…
A writing course brings Jeremy Spencer
into a completely different world.
What is a fictional story?
What is reality?
Why does the police suspect
him of murder?
PROLOGUE
DECEMBER 10 1984
“In the newspaper. On TV: you’ll be a VIP!” said detective Remco de Jager with a wry smile, ”beautiful woman’s life saved, but too bad about our monumental old hospital: Destroyed by fire!” “What else could I have done?” asked Jeremy, exasperated, ”a rain dance?” Third question, nervously, “Did they find Anders Schmidt?” Detective De Jager paced through the bare interrogation room. He seemed to be thinking about an answer. So it still was not that simple. Jeremy sat on the visitor’s chair, his face pale with tension. De Jager remained standing. He admitted, “They found a body there. But it has not been identified yet. It was too badly burned.” De Jager lowered his heavy stature circumspectly onto the chair behind his desk, woke his computer terminal from sleep mode with a mouse click, entered a password after some thinking, and, looking at the screen with eyes narrowed, he said, “Mr. Jeremy Spencer, age 31, unmarried, bank employee.” He looked questioningly at his visitor, “Can we be on first-name terms?” “Now he wants to become confidential with me,” Jeremy thought, hoping his facial expression did not betray a sudden rising sense of triumph. He nodded. De Jager took his glasses off, rubbed his eyes with the palms of his hands, and sighed deeply, “How many times have we met now?” “Three times in less than three months.” Jeremy made no effort to hide his impatience. De Jager raised his hands in a gesture of surrender and apology. He nodded kindly to Jeremy: “Now if you would just tell the whole story from scratch,” he said, pointing toward the video camera above the door. The bright red light turned green, and the audio device on the table went ‘on’ with a click: “It’s being recorded, okay?”


PROLOOG
WOENSDAG 10 OKTOBER
1 9 8 4
“In de krant. Op TV: je bent een VIP!” zei rechercheur Remco de Jager met een wrang lachje, “mooie vrouw het leven gered, maar jammer van ons monumentale oude ziekenhuis: Door brand verwoest!” “Wat had ik dan moeten doen?” vroeg Jeremy geërgerd, “een regendans?” Derde vraag, nerveus: “Hebben ze Anders Schmidt gevonden?” Rechercheur De Jager ijsbeerde door de kale verhoorkamer. Hij leek na te denken over een antwoord. Kennelijk was het dus niet zo eenvoudig. Jeremy zat met een van spanning bleek vertrokken gezicht op de bezoekersstoel. De Jager bleef staan. Hij gaf toe: “Er is op die plek inderdaad een lichaam gevonden. Maar ze hebben het nog niet kunnen identificeren. Het was te zeer verbrand.” De Jager liet zijn zware gestalte omzichtig op de stoel achter zijn bureau zakken, wekte met een muisklik zijn computerterminal uit de slaapstand, voerde na enig nadenken een wachtwoord in en zei, met toegeknepen ogen op het scherm kijkend: “De heer Jeremy Spencer, 31 jaar, ongehuwd, bankemployé.” Hij keek naar zijn bezoeker: “Mag ik Jeremy zeggen?” “Nu wil hij vertrouwelijk met mij worden”, dacht Jeremy, hopend dat zijn gelaatsuitdrukking niet een plotseling opkomend gevoel van triomf verried. Hij knikte. De Jager zette zijn bril af, wreef met de palmen van zijn handen in zijn ogen en zuchtte eens diep: “Hoe vaak hebben we elkaar nu gesproken?” “Drie keer in minder dan drie maanden.” Jeremy deed geen moeite om zijn ongeduld te bedwingen. De Jager hief zijn handen in een gebaar van overgave en verontschuldiging omhoog. Hij knikte Jeremy vriendelijk toe: “Als je het hele verhaal nu toch maar eens vanaf het begin wilt vertellen”, zei hij, in de richting van de videocamera boven de deur wijzend. Het felle rode lampje kleurde heldergroen en het audioapparaat op de tafel ging met een klik ‘aan’: “Het wordt opgenomen, o.k.?”
HOOFDSTUK 1
te koop via Amazon op zoekbalk:
Ghost Writer Johan Wijngaarden
Paperback of E-Book
EUR 15 of EUR 5